Mama
Lieve mama,
Was ik maar in uw buik gebleven.
x

Lieve mama,
Was ik maar in uw buik gebleven.
x
Niets is zo veranderlijk als het weer. Je fietst een eindje, terwijl je luistert naar een koor vogels en de wind in de boomtoppen. Je ruikt het pas gemaaide gras en het is alsof je de hele wereld aankunt. Je zingt, gilt en lacht en je voelt je een kind dat iets prachtigs heeft gekregen. Je slingert met je fiets en haalt je voeten van de trappers als je de heuvel afrijdt.
Maar dan begint het harder te waaien. De zon verdwijnt achter de wolken. Donkere wolken. Regenwolken. Je fietst met een vaartje terug. Het begint harder te waaien en je komt maar moeizaam vooruit, helemaal als je die heuvel op moet. Als snel vallen de eerste druppels en binnen de kortste keren zwijgen de vogels en ben je doorweekt.
Ineens was alles over.
Net als mijn hart.
Ik geniet volop. Als ik geniet, doe ik dat helemaal. Helemaal wel of helemaal niet. Of het nou zwart of wit is in mijn hart, het komt er altijd uit. Ik houd het niet voor mezelf. Als ik geniet weet iedereen dat. Maar dan kan het ineens over zijn. Een vervelende opmerking. Een tegenvaller. Dan huilt mijn hart. Soms zijn er zoveel gevoelens dat het stormt. Ja, ik moet nog veel leren. Ik bewonder Vriendje die met mijn buien om kan gaan. Storm. Hagel. Tegenwind. En als alles weer goed is komt de zon terug en rust. Ik geniet weer.
Er is niets zo veranderlijk als het weer. Behalve mijn hart dan.
Je kunt je als kind enorm verheugen op iets. Je kijkt ernaar uit en vraagt wel duizend maal hoe lang het nog duurt .
Alles in de wereld wordt vergeten, niemand houdt je tegen, niets lijkt meer zo mooi, niets is vergelijkbaar, niets komt ook maar in de buurt van dat ene, want er is op zo’n moment maar xc3xa9xc3xa9n ding belangrijk.
Zo mocht ik als kind in een vakantie niet in de hangmat. Er hing een wespennest boven en ik was dodelijk allergisch voor die beesten. (Daar overdrijf ik geen woord van.) Zo mocht ik in diezelfde vakantie niet mee met de grote bergwandelingen. Ik was te klein en ik was een erg vervelend kind. (Dat is een understatement.)
Maar…
Ik mocht mee naar de schuur waar er kippeneieren in dozen werden gedaan. Ik mocht niet helpen, wel kijken. Ik mocht de piepkleine, roze konijntjes bekijken. Niet vasthouden, wel bekijken. Ik mocht mee de stallen in om te kijken naar het melken. Niet melken, wel kijken.
En naar dat laatste keek ik zo ontzettend uit! Ik liep parmantig op mijn Donald Duckslippertjes over het erf en huppelde de stallen in. Ik keek naar mijn zussen die zich om de boer schaarden. Ik keek niet naar de grond; de grond van een koeienstal.
Ik gleed uit. Mijn slipper was vies en mijn voet ook. Mijn moeder heeft het schoongemaakt op de rand van het grasland. En ik heb het melken nooit gezien in die vakantie. Door die stomme, vieze poep.
Ps. Gelukkig is mijn wens jaren later vervuld, toen ik met mijn vriend meeging naar het melken van 90 koeien =D
Ik hing over de toonbank en zwaaide naar hem. Hij lachte en zei; ‘Zo, wat heb je nou weer verzonnen?’
Ik kneep in mijn pen en liet mijn hand over mijn kladblok glijden. ‘Vertel nog eens iets moois over oma.’
Hij zuchtte, haalde diep adem en zuchtte nog eens, terwijl hij met zijn hand door zijn bos wilde, grijze krullen ploegde.
‘Ik was 13 en tot over mijn oren verliefd op ‘t rijkste meisje uit mijn klas.’
Hij slikte, plukte aan zijn zorgvuldig gekrulde snor en ik noteerde een paar steekwoorden op mijn kladblok.
‘Op een dag schraapte ik al mijn moed bij elkaar en belde bij haar aan. De bel klonk hard en lang. Ik hoopte dat het geluid de aarde onder mijn voeten zou laten splijten. Maar de deur ging open en de butler stond mij te woord. Ik mocht naar binnen en moest wachten in de enorme hal met kroonluchters en marmer.
Ik bevroor toen ik haar stem hoorde weerkaatsen in het trappenhuis. Ze noemde me een gans en vroeg wat ik bezielde. Haar vraag weergalmde nog minstens 3 maal en dat maakte het geheel angstaanjagend.
‘Je kunt kiezen,’ zei mijn stem zo’n 3 maal. Waar haalde ik het lef vandaan? ‘Of thee drinken in het theehuis bij het spoor of een wandeling bij het meer.’
Ze stond ineens in het zonlicht, samen met dansende stofjes. We gingen wandelen en dronken thee bij het spoor. Onze trouwfoto werd gemaakt op dat plekje waar ze stond.
Ons trappenhuis.’
Vannacht ben ik genomineerd voor een Nobelprijs. Van geduld welteverstaan. En als deze het niet wordt, kom ik nog in aanmerking een prijs die mijn studie van vannacht beloont.
Ik legde mijn mobiel met een voldaan gevoel neer, nadat ik heerlijk met Vriendje had gebabbeld. Ik leg mijn hoofd op mijn kussen en opeens is daar een traumatisch geluid. Bzzzzz. Weet je wel. Gewoon Bzzzzzz en dan van hoog naar laag.
Het veroorzaakt zelf een kleine bries rond mijn hoofd.
‘Bzzzzz’ zei het geluid.
‘Grrrrrrr’ zei ik.
Ik knipte mijn lampje aan en besloot dat ding in de maling te nemen. Eerst pakte ik een tijdschrift en holde achter het geluid aan. Ik sloeg een aantal keer mis, dus ik liet mijn schouders zakken tot een diep dieptepunt en zeeg neer op mijn bed. Ik begon in het tijdschrift te lezen. Zogenaamd natuurlijk, want mijn ogen gluurden naar links en naar rechts en naar andere richtingen.
Het had geen lef, want het zat nauwelijks op de muur, waar ik hem te grazen zou kunnen nemen. En zo hard vliegt het niet, wat ik altijd had gedacht. Op en neer, beetje naar links, beetje schuin naar rechts en dat weer omhoog… Met een slakkengangetje wat me mateloos irriteerde. Maar ik bleef geduldig kijken. Als ik naar hem sloeg, raakte het heus in paniek. Hij maakte een looping en andere acrobatsche bewegingen om de (huur)moordenaar van zich af te schudden. Toen vloog hij ineens wel heel hard.
Uiteindelijk heb ik na een aantal vruchteloze pogingen mijn tijdschrift weggelegd en me onder een wondermiddel gespoten. Inderdaad bleef het dier op veilige afstand (zoals de verpakking me beloofde), waar ik me wat bij kon voorstellen aangezien ik zelf het idee had vergiftigd te worden. Wat een stank!
Voordat ik in een diepe slaap viel realiseerde ik me dat een mug een wonderlijk beest is. Traumatisch geluid, acrobatische bewegingen… dat doet me denken aan een vliegtuigshow. En gezien de grootte (hij was enorm en op een gegeven ogenblik kreeg hij nog versterking -wonderlijk als je het raam open hebt staan en de lamp aan?- en had oorlogskleuren -rood- naar ik meende te zien), ik denk dat we met een gevaarlijke vijand te maken hebben.
Een traumahelikopter, van vijandelijke bodem welteverstaan.
Ik wiebelde en plukte aan de rits van zijn jas.
xe2x80x98Nou, dan ga ik maar,xe2x80x99 zei ik en ik deed alsof ik hem zou loslaten. Maar ik zou wachten tot hij me een zoen gaf.
Hij zweeg, liet zijn armen langs zijn lichaam vallen en staarde over mijn schouder.
Mensen raasden langs ons, de trap op, de trein in, voorbij een lastige reiziger midden op het perron. Maar hier stond de tijd stil. Want we waren met onze gedachten bij elkaar en niet bij de grote stationsklok met duivenpoep.
Ik porde hem zachtjes in zijn zij en grinnikte bijna onhoorbaar. xe2x80x98Jij eerst, anders kan ik het niet.xe2x80x99
Zo was het altijd geweest. Hij was de eerste die losliet.
xe2x80x98Ik zal je deze week een kaart sturen,xe2x80x99 fluisterde ik, xe2x80x98Een mooie.xe2x80x99
Hij glimlachte en trok me zachtjes tegen zich aan.
Toen ging het heel snel. Er werd gefloten en ik gilde van schrik. Snel lieten we elkaar los, om vervolgens elkaar weer in de armen te vliegen voor een laatste, vluchtige kus. Hij belande ergens op de mondhoeken, half op de wang. Hij liet me los, maar nu zat mijn knoop vast aan zijn jas. Ik trok en de knoop rolde over het perron.
xe2x80x98Wacht!xe2x80x99 riep ik naar de knoop en de trein.
Hij pakte mxe2x80x99n hand, mijn koffer en tas, terwijl ik met mijn andere hand de knoop opraapte. Samen holden we naar de deur van de trein.
Hij liet mijn hand pas los toen ik in de trein sprong.
xe2x80x98Als jij je alleen voelt, moet je naar xe2x80x98t station gaan,xe2x80x99 zei ze. En ik deed wat ik altijd doe, ik zei; xe2x80x98Is goed. Doe ik. Bedankt.xe2x80x99 En ik deed het ook.
Ik ging naar het station. Eerst met de bus; daarna met de trein. Ik ging op een bankje zitten. En ik vroeg me af waarom ze me in vredesnaam op dit tijdstip naar het station stuurde.
Een meneer, strak in pak, stoof voorbij. Met een verbeten trek op zijn mond.
Een jong meisje met een veel te grote en opzichtige tas. xe2x80x98Lieverd,xe2x80x99 zei ze tegen een mobiel die ze tegen haar oor drukte, xe2x80x98zo heb ik het niet bedoeld. Enxe2x80xa6xe2x80x99 Ze maaide met haar armen in de lucht. Het zag er behoorlijk wanhopig uit.
Een slonzige vrouw slofte voorbij. Ze schonk me een scheve grijns en ik zag haar etensresten aan haar tanden plakken. Bovendien rook ze niet lekker en was haar kleding te groot. En het blonde piekhaar plakte tegen haar gezicht. Maar ik glimlachte dapper terug.
Een oudere man passeerde me alsof hij de wereld bestuurde.
Een jongeman sjokte voorbij op de maat van de muziek die via dopjes in zijn oren belande.
Er volgden meer mensen. Gehaast, druk, gexc3xafrriteerd, vol negatieve gevoelens zo leek het. En om 14.32 was er niemand meer.
Ik stelde mezelf een vraag. xe2x80x98Met wie van deze mensen zou ik samen willen zijn, zodat ik me niet meer verlaten voelde?xe2x80x99
Ja. Met die slonzige vrouw. Alleen zij had me zien zitten.
Archief ~ Categoriexc3xabn ~ Links ~ Fotoalbum ~ Gastenboek
Ik ga op reis en ik neem mee… mijn geliefde Stippeltjeskoffer. En in die koffer stop ik alle gebeurtenissen van onderweg. Dan heb ik een gestippelde koffer vol herinneringen. En hier, op deze plaats, open ik mijn koffer en komt alles eruit. Dingen om van te huilen en dingen waar je de slappe lach van krijgt, dingen die iedereen wel eens heeft, of dingen die alleen mij overkomen…
Er dartelde net een vlinder bij ons in de straat. Ze (het was vast een meisje) was wit en zo mooi en rein. Maar daar hoorde ze gewoon niet. Ik vond het gewoon ongepast dat zo’n mooi, smetteloos vlindertje pronkt in een omgeving met asfalt, geparkeerde autos, schreeuwende kinderen, lawaai en stoeptegels. Een vlinder hoort niet gevangen te zijn tussen huizen en alles wat door mensenhanden is gemaakt.
Een vlinder hoort in een wei met wilde bloemen, bij andere insecten. Een vlinder hoort in de ongerepte natuur, waar de zon straalt van geluk en de blauwe lucht alles nog kleuriger maakt.
Daar, waar het gras onder je blote voeten kriebelt en de kruidige bloemengeuren je tegemoet komen.
Daar, waar het lijkt alsof er geen zorgen zijn en je hoop kan putten uit de koele wind.
Daar, waar de vogels meezingen met het ruisen van de bomen.
Daar, waar een jong stel verliefd ligt te zoenen.
Daar, waar er geen verplichtingen zijn en geen afspraken en geen drukte.
Daar, waar iemand zich ontspant en eindelijk aandacht kan besteden aan dingen die fijn zijn.
Daar, waar je onbeperkt kan dromen en mijmeren over het onbereikbare.
Daar, waar de idealen en de plannen vaste vormen krijgen.
Daar, waar geen mens je stoort en je onbeperkt kan genieten van de vrijheid.
Daar, waar ik zo graag wil zijn.
Gek, dat je dan zo’n groot contrast ziet ineens: het drukke. volgebouwde leven tegenover de pure rust van de natuur. En nog gekker dat zo’n vlinder je onwetend meeneemt naar een plek die je zelf hebt gemaakt. Heerlijk dat zo’n tere en gevoelige vlinder zo’n enorme kracht bezit, zodat hij mensen kan laten genieten van iets eenvoudigs.
©2003 - 2012 Weblog.nl is onderdeel van Sanoma Media Netherlands groep.